
Joop Gobes: 'Alleen tegen de hond sprak ik Fries'
Algemeen 1.528 keer gelezenNatuurlijk wist de hele buurt hoe het zat. "Ze waren niet gek, maar ze beschermden me collectief. Als ik op straat speelde, hielden de buren een oogje in het zeil. Ik praatte tegen iedereen Amsterdams, behalve tegen de hond. Daar sprak ik Fries tegen, ik dacht dat hij me anders niet begreep."
Door: Wilma van de Laar
Het is juni 1943 als Jopie Gobes, dan vier jaar oud, door een verpleegster meegenomen wordt uit een Amsterdams ziekenhuis. Zij brengt hem naar een onderduikadres in Leeuwarden. De verpleegster zit in het verzet en Jopie is een Joods jongetje. Zijn beide ouders werken op dat moment tijdelijk in een Joods ziekenhuis en hoeven zich daardoor nog niet aan te melden voor transport. In september van dat jaar zullen zij op transport worden gezet naar Westerbork en een maand later van daaruit naar Auschwitz. Moeder wordt bij aankomst meteen vergast. Vader moet dwangarbeid verrichten in de nabij gelegen kolenmijnen en wordt in april 1944 vermoord.
Leeuwarden
De vierjarige Jopie wordt opgevangen in een gezin met vijf kinderen in een arbeidersbuurt. De jongste zoon van veertien wordt een speelkameraadje en dochter Wijke, negentien jaar, wordt zijn tweede moeder. Wijke kon hem later veel vertellen over zijn jaren in Friesland. Zij overleed een jaar geleden op 96-jarige leeftijd. Joop Gobes heeft zijn hele leven een nauwe band gehouden met de familie. "Ik ben altijd het jongste broertje gebleven." Hij ging 'Jopie van der Schaaf' heten en moest vergeten dat hij Joods was. Officieel was hij een evacué uit Rotterdam, zijn ouders zouden omgekomen zijn bij het bombardement.
Na de oorlog
Augustus 1945. Ons land was bevrijd en op een dag stond er een echtpaar voor de deur. Wijke dacht dat het de ouders van Joop waren. Het waren echter zijn oom en tante. Die waren al in 1942 ondergedoken en aan de razzia's ontkomen. Via het Rode Kruis waren ze het jongetje op het spoor gekomen. "Ik heb toen vreselijk gehuild, want ik voelde wel dat ik weg zou moeten uit Leeuwarden. En dat was ook zo." Joop groeide op in het gezin van zijn oom en tante, die zelf een dochtertje hadden.
Familiegeschiedenis
Na zijn lagere schoolperiode, die niet vlekkeloos verliep, werd hij opgeleid tot meubelmaker en vervolgens tot pianobouwer. Thuis liep niet alles op rolletjes en toen hij zijn toekomstige vrouw ontmoette wilde hij zo snel mogelijk het huis uit. In het ouderlijk huis, waar nooit over de oorlog werd gesproken, was geen plaats voor verdriet. Joop trouwde in 1961. Hij en zijn vrouw kregen een dochter en een zoon en hebben zeven kleinkinderen. Intussen heeft Joop Gobes veel onderzoek gedaan naar zijn familiegeschiedenis. De naam Gobes sterft niet uit, ondanks het feit dat velen van zijn familie zijn omgebracht tijdens de WO ll. Over zijn leven schreef hij een boek: 'Alleen tegen de hond sprak ik Fries'.
Op zondag 12 november zal om 14.00 uur in het Atrium van St. Annahof, Mr. van Coothstraat 2, de boekpresentatie plaatsvinden.
















