
Sloop ’t Handelshuys mag doorgaan: geen gemeentelijk monument
Gemeente 958 keer gelezenUDEN | De sloop van ’t Handelshuys aan de Udenseweg in Uden mag doorgaan. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten het pand niet aan te wijzen als gemeentelijk monument. Daarmee wordt de eerder verleende voorlopige monumentenstatus ingetrokken en kan de geplande herontwikkeling van de locatie doorgaan.
Wel vraagt de gemeente de eigenaar en de toekomstige ontwikkelaar om het cultuurhistorische verhaal van het Iduna-complex zichtbaar terug te laten komen in het ontwerp van de nieuwbouw.
Begin juni kreeg het voormalige Iduna-complex nog een voorlopige monumentenstatus, nadat Stichting Fabrieksschoorstenen en Erfgoedvereniging Heemschut daarvoor een verzoek hadden ingediend. Daardoor werd de sloop op het laatste moment uitgesteld. De afgelopen weken liet de gemeente onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de cultuurhistorische waarde van het pand.
Het college wijkt met het besluit af van het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit en erfgoed, die het gebouw wel als gemeentelijk monument wilde aanwijzen. Volgens het onafhankelijke onderzoek is vooral het verhaal van de voormalige Iduna Corset Industrie N.V. van cultuurhistorisch belang en hoeft dat niet per se behouden te blijven in het huidige gebouw. Daarnaast is het pand door de jaren heen ingrijpend gewijzigd door uitbreidingen en verbouwingen, waardoor de monumentale waarde volgens het college onvoldoende is.
De toekomst van ’t Handelshuys kwam vorig jaar al in een stroomversnelling. Eigenaar Benito van Dijk maakte toen bekend dat de huur van de circa 65 huurders per 1 juli 2026 wordt beëindigd. Volgens hem is het gebouw uit 1947 niet meer toekomstbestendig. Om te voldoen aan de steeds strengere eisen op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en installaties zouden ingrijpende en kostbare renovaties nodig zijn. Die investeringen staan volgens de eigenaar niet in verhouding tot de economische levensduur van het pand.
Van Dijk bereikte eerder al overeenstemming over de verkoop van het terrein aan een nieuwe eigenaar, die de locatie wil herontwikkelen met nieuwe bedrijfsunits. De eigenaar gaf destijds aan mee te willen denken over alternatieve huisvesting voor de huidige huurders. Met het besluit van het college is de weg vrijgemaakt voor de verdere ontwikkeling van de locatie.















