Babs uit Uden kent als geen ander het vak van kosteres.
Babs uit Uden kent als geen ander het vak van kosteres.

Babs Geurts, 40 jaar kosteres van de St. Petruskerk in Uden

Human Interest 632 keer gelezen

UDEN | Babs liep als 18-jarige stage als verkoopster in een speelgoedzaak waar Pastoor van der Heijden regelmatig klant was. Hij klaagde dikwijls zijn nood dat zijn koster ziek was en hij het kosterwerk alleen moest doen. Zo gebeurde het dat Babs kosteres werd. Inmiddels heeft de Udense er 40 dienstjaren opzitten.

door Marianne du Maine

Het was niet haar ambitie om zo lang koster te blijven. “Er kwam telkens iets tussen; de eerste pastoor stierf en de oude kapelaan vroeg zich af hoe dat nu moest in z’n uppie, en er was telkens wel iets; dán was het de Eerste Heilige Communie, of het H. Vormsel, de Kersttijd kwam er aan waarvoor kerstbomen moesten worden besteld... en zo bleef ik hangen.” Is dat uit plichtsbesef? “Ik heb een paar minder goede eigenschappen, maar een goede is mijn trouw, want ik laat niemand in de steek die hulp nodig heeft.” Het loon was niet hoog. Door in de buurt tuinen bij te houden en te poetsen in de pastorie kon Babs wat bijverdienen en haar werktijden zo indelen of uitstellen, wanneer zij als koster verplichtingen had. Een koster is eigenlijk nooit klaar: Er zijn veel extra taken; de voorraden bijhouden, de was doen, de boekjes op tijd in de kerk leggen, de kliko’s buiten zetten of weer ophalen en vooral: de kerk moet schoon zijn. Samen met haar man en een poetsgroep van vrijwilligers, wordt gezorgd dat de kerk er spic & span uitziet. Babs is bezorgd over het uitdunnen van de poetsgroep. “Het werk in onze mooie grote kerk moet wel door kunnen gaan.”

Moeilijke tijd
Het aantrekkelijke van het kosterschap vindt Babs toch wel de zelfstandigheid. Ze geniet een groot vertrouwen van de pastoor en het bestuur. Als ik vraag welke momenten Babs nog scherp voor de geest staan, memoreert zij de periode van de corona uitbraak. “De pastoor en ik hebben maandenlang alles alleen gerund. Géén acolieten, géén koren, géén gelovigen, alleen de pastoor en ik. Hij moest de mis lezen en ik zat in de lege kerk. Die tijd heeft er echt ingehakt. Als ik denk aan het intense verdriet van die enkele mensen tijdens een uitvaart, waar overige familieleden niet bij mochten zijn. Ze geen hand kunnen geven... Weken lang; zoveel uitvaarten en zoveel verdriet... dat was echt heel heftig.” Het kosterschap wordt wel omschreven als: gastvrouw van de kerk, visitekaartje van de parochie of bewaker/bewaarder. Babs denkt dat alle omschrijvingen bij haar passen. “Ik ben aanspreekpunt voor bezoekers en veel mensen vertellen mij hun verhaal. Of ik ben tussenpersoon voor parochianen, die hun vragen via mij stellen aan pastoor van de Laar. Ik voel me ook zeer verantwoordelijk voor de kerk, de spullen, het interieur.”

Meedenken
Alle nieuwe ontwikkelingen in de liturgie zullen aanpassingen hebben gevraagd. Hoe gaat Babs daar mee om? “Ik beslis natuurlijk niets, ik kan wel meedenken en daar wordt ook wel naar gevraagd. Ik sta in dienst van de kerk, dus wat besloten wordt ga ik in mee. Ik blijf ook het liefst op de achtergrond. Voor mij is het grootste compliment als mensen mij bij een uitvaart of zo verbaasd vragen of ik er was, omdat ze me helemaal niet hadden gezien!”

Uit de krant

Uit de krant